Functietoekenningsplannen voor landbouw en fietsverkeer

12-7-2017, Beleid, monitoring & organisatie; Veilige fietsnetwerken, Recreatief en sportief fietsen

Landelijke wegen hebben doorheen de jaren diverse functies verworven waardoor het gebruik van deze wegen is toegenomen. Door dit toenemende en intensievere gebruik van deze landelijke wegen vanuit zowel de landbouwsector, lokale bedrijven als toeristisch/recreatieve sectoren is de druk op deze infrastructuur van zowel fietsers, personenwagens als vrachtverkeer of landbouwverkeer vandaag de dag erg zwaar. Dit is enerzijds het gevolg van de toename van activiteiten en functies langsheen deze landelijke wegen, maar ook het (veelal ongewenste) doorgaand verkeer dat deze wegen toenemend gebruikt om regionale bestemmingen te bereiken en daarbij het hoofdwegennet te ontwijken. Deze wegen zijn daar vaak niet voor geschikt (inrichting, breedte,…) en verkeersonveiligheid en hogere onderhoudskosten zijn het gevolg. Maatregelen zoals het verbreden van de kleine landbouwwegen zorgen dan weer voor de aantrekking van meer verkeer, zodat het probleem zich versterkt.

Vaak zijn deze wegen allemaal als lokale weg type III gecategoriseerd. Toch hebben zij een grote diversiteit aan functies. Om duidelijker een onderscheid te kunnen maken is een verdere opdeling gewenst, een functietoekenning. Aan elke functietoekenning wordt vervolgens een typeprofiel en een type-onderhoud gekoppeld. Op deze manier kunnen er duidelijke keuzes gemaakt worden en kan bijvoorbeeld een fietsnetwerk optimaal beveiligd worden en hoogwaardige kwaliteit bieden. Daarom gaf de VLM in 2011 de opdracht om een aantal functietoekenningsplannen op te maken voor landelijke wegen in bepaalde Vlaamse regio’s. Tot de opdracht behoorde ook het formuleren van een gebiedsdekkende visie omtrent enerzijds het bestaande gebruik van de landelijke wegen en anderzijds ook over de manier waarop in de toekomst omgegaan moet worden met deze landelijke wegen en welke rol deze binnen het verkeersnetwerk moeten dan wel kunnen vervullen. De deelgebieden die hierbij onderzocht werden zijn:

· Regio Bulskampveld;
· Regio Zwinstreek;
· Regio Schelde-Leie;
· Regio Brechtse Heide.

Om de verschillende visies met betrekking tot elke deelopdracht te verzamelen werd ervoor gekozen om de verschillende betrokken beleidsactoren te verzamelen in een serie workshops om op relatief korte tijd inzicht te krijgen in de knelpunten, gevoeligheden, opportuniteiten en structurele visie ten aanzien van het landelijke wegennet per deelopdracht.

Volgende stappen werden ondernomen om tot de toekenning van functies aan de wegen te komen (zie bijlage)

· STAP 1 Afbakening mobiliteitskamers door middel van landschappelijke structuren en bestaande lijninfrastructuren (hoger gecategoriseerde wegen, waterlopen, spoorlijnen)
· STAP 2 Aanduiding van toegangspunten van de kamer
· STAP 3 Hoofdontsluiting: binnen elke kamer wordt een hoofdstructuur aangeduid voor a) fietsers, b) landbouwers en eventueel c) woonwijk binnen de kamer
· STAP 4 Uitwisselpunten: een uitwisseling van verkeer tussen de verschillende kamers wordt bekeken op basis van de hoofdontsluiting
· STAP 5: Functietoekenning volgens de categorisering (zie ook afbeeldingen)

Gezien de belangrijke functionele en recreatieve fietsrelaties binnen de vier te onderzoeken regio’s is eveneens de fietsstructuur binnen elk van de kamers in kaart gebracht. Hierbij is het de bedoeling op de landelijke wegen gemengd verkeer op een veilige manier mogelijk te maken. Het mengen van fietsers en gemotoriseerd verkeer vormt hierbij dan ook een belangrijk aandachtspunt. Er werd binnen de studie niet gekozen om nieuwe vrijliggende fietsinfrastructuur aan te leggen, aangezien dit de verdere verstening van het platteland tot gevolg heeft. Op basis van de belangrijkste fietsrelaties wordt ook het profiel van de wegen afgestemd op een maximaal snelheidsregime van 50 km/h alsook eventuele oversteeklocaties met wegen van een hogere categorie uitgewerkt. Naast fietsverkeer dient hier dan ook voor andere recreanten de nodige aandacht te zijn bij de uitwerking van oversteeklocaties (bv. voetgangers, ruiters,…).
Er werden verschillende inrichtingsschetsen gemaakt. Deze profielen bevatten concrete maatregelen om de snelheid van het gemotoriseerd verkeer te verlagen, het doorgaand verkeer te weren en zo de veiligheid voor de fietser te verhogen. Een voorbeeld van een inrichtingsschets vindt u als bijlage.

 
Noot: In 2014 werd de wetgeving aangepast: Wegen voorbehouden voor landbouwverkeer kunnen met het bord F99c worden aangeduid (einde: bord F101c). De snelheid is er beperkt tot 30km/u.

Terug naar overzicht Terug Naar Boven