Conclusies van het fietsparkeercongres

Het eerste Vlaamse Fietsparkeercongres vond gisteren plaats in Kortrijk. Fietsberaad Vlaanderen presenteerde de resultaten van een enquête bij de steden en gemeenten en de uitkomsten van enkele recente onderzoeken. Ook goede praktijken uit Vlaanderen, Brussel en Nederland kwamen aan bod. De fietsparkeerindustrie stelde haar nieuwste oplossingen en technologieën voor.

Moderator Rik Van Walleghem en programmamanager Wout Baert van Fietsberaad Vlaanderen maakten tijdens het slotmoment van het eerste fietsparkeercongres de balans op. We geven ze hieronder kort weer:

1. De tanker keert. Er wordt steeds meer gefietst, zo leert de Fietstelweek. Hoewel deze evoluties vooral in stedelijke gebieden opgetekend worden, lijkt er ook wat te beweging in kleinere gemeenten. Ook daar brengt congestie steeds meer mensen op de fiets.

2. Loopt het allemaal chaotisch? Er is in Vlaanderen nog geen echte traditie zoals in Nederland. Fietsberaad Vlaanderen startte 3 jaar geleden, in Nederland is die samenwerkingscultuur er al 15 jaar. Maar ook hier groeit die cultuur. Verschillende burgemeesters geven wel aan dat fietsverkeer sneller groeit dan ze met investeringen kunnen bijhouden. Dat geldt ook voor het gewest. Tijdens de volgende gemeentelijke maar ook Vlaamse legislatuur moet die inhaaloperatie er komen.

3. Fietsers vragen kwaliteit en veiligheid. Goede en kwaliteitsvolle fietsrekken, met voldoende ruimte, zijn nodig. Maar diefstalveilige rekken blijken in grote stations onvoldoende om diefstal te voorkomen. Meer toegangscontrole lijkt een logische stap. Ook moet er meer geïnvesteerd worden in het ontwerp van de fietsroutes naar het station: ontvlechten met andere verkeersstromen (voetgangers, gemotoriseerd verkeer) en veilige oversteekplaatsen in de stationsomgeving zijn een must.

4. Wat met de deel- en weesfietsen? Uiteindelijk speelt op de achtergrond de vraag naar efficiënt ruimtegebruik. We moeten de beschikbare plaats, op het openbaar domein én in de stalling, beter benutten. Weesfietsen frequenter weghalen zorgt voor een betere rotatie in en rendement van de stalling. Voor deelfietsen mag kwaliteit geëist worden, maar de overheid moet die kwaliteit ook bewaken. Fietsberaad werkt samen met de steden aan een aanpak om dat te garanderen.

5. Investeren is ook communiceren. De twee zijn nodig. Nieuwe stallingen en bijkomende rekken lijken het antwoord te zijn op de groeiende vraag. Toch is er naast hardware ook software nodig: nieuwe technologieën helpen om met de klant te communiceren over beschikbaarheid van plaatsen of de voorwaarden voor het gebruik. Ook digitale beloningssystemen kunnen helpen om juist gedrag van de fietser te bekomen.

Tot slot formuleerden Rik Van Walleghem en Wout Baert 10 lessen:

1. Bestrijdt diefstal, vandalisme en onveiligheid.
2. De fietser vraagt kwaliteit en service (hij verschilt daarin niet van de automobilist).
3. Bevraag de fietser.
4. Dé fietser bestaat niet.
5. Communiceer.
6. Weer weesfietsen en reglementeer strooi- en deelfietsen.
7. Ontwikkel een betaalmodel.
8. Omarm nieuwe technologie: zet die slim in, maar laat ze niet de agenda bepalen.
9. Werk samen.
10. ... (om zelf in te vullen).

Fietsberaad Vlaanderen nam alvast mee dat het nog meer in kencijfers moet investeren die helpen om op het terrein de juiste beslissingen te nemen. Normen zijn dwingend en passen niet in elke situatie.

De dag gemist of graag nog een presentatie herbekijken? Dat kan hier.

Terug naar overzicht